web analytics
You are here
Home > Uncategorized > De waarheid over bio-massa ofwel houtpulp; een grotere klimaat killer dan steenkool

De waarheid over bio-massa ofwel houtpulp; een grotere klimaat killer dan steenkool

houtpulp uit de bossen

Groen, mits….

Bio-energie heet ‘groene’ energie omdat de bron hernieuwbaar is: biomassa raakt, in tegenstelling tot fossiele brandstoffen, niet op, het groeit weer aan. Voordeel is ook dat die aangroei zorgt dat kooldioxide (CO2) uit de lucht wordt gehaald: planten leggen koolstof vast in hun weefsels en maken zuurstof.

Maar bio-energie is niet klimaatneutraal. Het kan soms zelfs meer bijdragen aan klimaatverandering dan fossiele brandstoffen.

De productie van biodiesel uit koolzaad en bio-ethanol uit mais bijvoorbeeld is soms zo energie-intensief, dat het niet altijd een CO2

voordeel oplevert ten opzichte van fossiele diesel. Bovendien is het landgebruik belangrijk: als energiegewassen bos verdringen, dan komt er een grote hoeveelheid in de bodem opgeslagen koolstof vrij. Ook kunnen de energiegewassen concurreren met voedselproductie. Methoden om biodiesel en bio-ethanol te produceren uit houtige biomassa en landbouwafval zijn in ontwikkeling en leveren waarschijnlijk een hogere broeikasgasreductie en een hogere energie-opbrengst per hectare landbouwgrond.

Vormen van bio energie die wel CO2 voordeel kunnen geven zijn onder andere biogas, gebruik van houtpellets voor verwarming van de

woning, mee-stook van hout in kolencentrales en het verbranden van het biogene gedeelte van afval.

Biogas kan worden gebruikt als autobrandstof en er kunnen woningen mee worden verwarmd. Biogas gebruiken in plaats van aardgas of gas uit kolen, geeft doorgaans een flink CO2 voordeel, met name als het deels uit mest gemaakt wordt.

Het gebruik van houtpellets als brandstof voor de verwarming van woningen kan tot minder uitstoot van CO2 leiden dan verwarming op aardgas, onder de voorwaarde dat de herkomst van het hout in orde is. In klimaatverantwoord beheerde bossen wordt er niet meer hout uit het bos gehaald dan er aangegroeid is. Let op: wereldwijd zijn er nog maar weinig bossen die zo beheerd worden.

Mee-stook van hout in kolencentrales heeft als voordeel dat er daardoor minder (CO2-intensieve) kolen nodig zijn. Energiebedrijven in Nederland importeren biomassa van hout uit bossen in Europa en andere werelddelen, met name Noord-Amerika. De overheid heeft met de bedrijven afspraken gemaakt met betrekking tot de duurzaamheidscriteria waaraan de houtbrandstof moet voldoen.

Over het algemeen wordt bio-energie als ‘duurzaam’ beschouwd als in de gehele energievoorzieningsketen geen sprake is van schadelijke milieu-effecten; de hoeveelheid plantaardig materiaal dient op peil te blijven door voldoende aanplant en onderhoud van bossen; natuurlijke grondstoffen dienen zo hoogwaardig mogelijk te worden ingezet en de omzetting van biomassa in bruikbare energie dient met een zo hoog mogelijk rendement te gebeuren.

Debat: wel of niet duurzaam?

De duurzaamheid van bio-energie is lastig te meten. Allereerst hangt die niet alleen af van de hoeveelheid CO2 die vrijkomt. Het hele proces dat leidt tot energie uit biomassa moet onder de loep, voordat duidelijk is of het duurzaam is. Dat betekent: kijken naar de herkomst van de biomassa en de verwerkingswijze (verbranding, vergassing of vergisting). Ook landgebruik en bodemuitputting wegen mee. En: hoeveel energiekosten en milieubelasting er ontstaan door voorbewerking, transport en restafval. Ook de technische kenmerken van energiecentrales (zoals de efficiëntie) hebben invloed op de milieuvriendelijkheid van energie uit biomassa.

Het debat draait dus niet zozeer om de vraag of alle energie uit biomassa duurzaam is, maar welke vormen van energie uit biomassa duurzaam zijn, en onder welke voorwaarden. Elke soort biomassa heeft specifieke eigenschappen, eigen voor- en nadelen, en onzekerheden.

Uit tijdschrift milieu:

Het verbranden van hout in elektriciteitscentrales draagt niet of nauwelijks bij aan besparing van CO2-uitstoot. Hetzelfde geldt voor de toepassing van bio-ethanol en biodiesel in auto’s. Dit schrijft Rudy Rabbinge in het artikel ‘De waarheid over biomassa’ in de nieuwe editie van Tijdschrift Milieu. De redenering dat hiermee de weg naar een groene economie wordt opengelegd gaat volgens de voorzitter van de KNAW-sectie Levenswetenschappen niet op.

Top